Van een koopmanshuis tot een luxe boetiekhotel

De vroegste schriftelijke vermelding van het huis (nu Hotel Heritage) die tot nu toe werd teruggevonden dateert uit 1390. In de renteboeken in het archief, wordt in de Bezemstraat het huister Vaulte vermeld, dat uitkomt met een poort in het toenmalige cleen cuperstratkin (de huidige Jacob Van Oosstraat).
De oorspronkelijke naam van de Niklaas Desparsstraat was de Pluimstraat, maar door de aanwezigheid van een badstoof ten besemkine wijzigde de straatnaam in Bezemstraat.

In 1569 werd het huis de Vaulte bewoond door Guido Van Steenlant. Guido was raadslid van de stad en de zoon van een lakenhandelaar. Hij was in 1559 getrouwd met Catharine de Rudders. De familie de Rudders dreef handel in hop en granen. Wellicht waren het brouwers. Tot 1591 bleef het huis de Vaulte in het bezit van de familie van Steenlant. De van Steenlants waren afkomstig uit het Land van Waas en bezaten heel wat goederen in de streek van Rupelmonde.













Louis Delacenserie, architect van het huidige gebouw (einde 19de eeuw)


Tussen 1591 en 1607 was het pand eigendom van Jan en Colijnken Aerts en zij verkochten het aan de Brugse koopman Marco Cassetta. Bij die verkoop wordt het goed omschreven als een huus(…)in het pluymstraetkin(…)genaempt de Vaulte(…) achterwaerts streckende met een ghemeene plaetse van lande ende uutecommende met eene ghemeene ghage ende poorte ten voorhoofde in het cleen cuperstraetkin(…) voorts met een cleen plaetsken van lande metgaders een ondercueckene ligghende onder de huuse de melcoe. 

Tussen 1616 en 1648 is de Vaulte in het bezit van de familie Vander Meersch-de Clerq. Het huis werd toen verhuurd.

In 1644 werd uitdrukkelijk genoteerd dat Salomon Van Maldeghem de herberg de Vaulte huurt.

In 1648 kocht Lenaert Huickelier deze herberg waar hij zelf zal wonen. Mogelijkerwijs was hij herbergier, want na zijn dood blijkt dat er betaald moet worden voor geleverde wijn.

Tussen 1666 en 1684 was het huis in bezit van de familie de Rijcke-Cockhuyt. Uit de belastingsboeken blijkt dat de Vaulte toen één van de duurste huizen was in de buurt. Het moet steeds een vrij groot huis zijn geweest.

In 1706 kocht procureur en klerk van de vierschaar (ofte notaris) Pieter Jessens het huis en het bleef tot in 1782 in bezit van de familie. Via erfenis was wel Walburge de Wyntere eigenares geworden en zij verkocht in 1782 het eigendom, dat toen ook nog drie naast elkaar gelegen huisjes in het cleen Cupperstraetkin omvatte (met de namen Sint-Jan, het Peerdeken en Sinte Brandanis). De familie Jessens-de Wyntere had dus het grote eigendom gevormd. De Vaulte was toen blijkbaar een voornaam huis, rijkelijk met meubels gestoffeerd en verfraaid met spiegels en tapijten.













Vanaf 1782 en zeker tot en met de Franse tijd is de in Rijsel geboren Liévin de la Villette de la Haymade (1742-1804) eigenaar en bewoner van de Vaulte.De la Villette was advocaat en raadslid van de stad. Hij was aangesteld als gouverneur van de Berg van Charitate. Daarnaast was hij lid van zowel de Sint-Sebastiaansgilde als de Sint-Jorisgilde en vanaf 1767 ook lid van de Edele Confrerie van het H.Bloed waar hij een actieve rol zal spelen. Daarnaast is zijn lidmaatschap van de Brugse vrijmetselaarsloge La Parfaite Egalité bekend gebleven. Liévin de la Villette had ongetwijfeld een zeer druk sociaal en cultureel leven. Hij zal ook een rol spelen in de boeiende bestuursperiode rond de eeuwwisseling. De la Villette was een rijk man en zal het huis de Vaulte met stijl hebben bewoond.


In 1796 verhuisde hij naar Sint-Winoksbergen waar hij ook overleed.Na hem was handelaar en huidenvetter Bernard Van Cuyl eigenaar en (tijdlang?) de bewoner.Volgens de bevolkingsregisters woonde er in 1830 toch ook een herbergier Joannes Van Hoogheweghe (of werd de kelder afzonderlijk als herberg verhuurd?).


Vanaf 1847 werd de Vaulte bewoond door advocaat Basile De Keuwer, zijn vrouw Delphine Declercq, zijn dochtertjes Marie en Louise, een dienstmeid Angela en een kindermeid Emma.

Het gebouw werd in 1869 door Louis Delacenserie ontworpen (bouwdossier 94/1869). Het zal De Keuwer zijn die het nieuwe huis in 1869 laat bouwen. Het eigendom had een tuin in de nieuwe Jacob van Ooststraat, die afgesloten was met een muur onderbroken door een hekwerk en twee kleine toegangen. De versieringen boven de deuren waren identiek aan deze van de gevel in de Niklaas Desparsstraat. Dit tuingedeelte werd in 1922 bebouwd in opdracht van de Crédit Général Liégeois als uitbreiding van hun bankfiliaal, dat toen reeds in de Niklaas Desparsstraat 11-13 was gevestigd. Dit nieuwe gebouw met lokettenzaal werd ontworpen door architect Henri Fonteyne.

Deze twee panden werden in 1992 opnieuw van elkaar gescheiden. Niklaas Desparsstraat 11-13 was in het begin van de jaren negentig erg verwaarloosd en door de bankinstelling onoordeelkundig gebruikt geweest.












Hotel Heritage vandaag 

In 1992 werd het pand aangekocht door Johan en Isabelle Creytens – Declercq en werden plannen gemaakt om het gebouw te verbouwen tot hotel. De werkzaamheden werden gestart in januari 1993 om uiteindelijk het hotel te openen in augustus 1993. Het hotel werd geopend met 20 kamers en werd gedoopt in “Hansa Hotel”. Onder het huis is nog een gedeelte van een 13de of 14de- eeuwse kelder bewaard. Een bakstenen kruisribbengewelf steunt op een zuil in Doornikse natuursteen met haakkapiteel. Het oorspronkelijk niveau van de kelder lag een stuk lager.

De kelder werd in 1999 gerenoveerd en werd ingericht als fitnessruimte.

In 2000 werd de dakverdieping, die ingericht was als privéwoonst voor Johan en Isabelle Creytens, volledig omgebouwd tot 4 ruime suites.

Naar aanleiding van de renovatie van alle kamers in 2003 werd beslist om de naam van het hotel te wijzigen naar “Hotel Heritage”. Reeds meerdere jaren vonden Johan en Isabelle, alsook de klanten, dat Hansa Hotel de lading niet meer dekte en Hotel Heritage beter is.

De tijd heeft uitgewezen dat de naam van het hotel wijzigen naar “Hotel Heritage” een goede beslissing was.